Waar kan ik terecht?

Geïnteresseerden kunnen zich melden bij Marina Husson, hoofdinstructeur van de agility (016/20.14.90)

Toelatingsvoorwaarden agility :

  • gehoorzaamheid volgen of gevolgd hebben in onze club tot minimum B-klas
  • de toelatingsproef agility slagen : test ivm controle over de hond

Voorwaarden:

  • een hond hebben zonder gewrichtsproblemen
  • een klein ras moet ongeveer een jaar oud zijn (in principe kunnen alle kleine rassen)
  • een groot ras is beter 15 maanden oud (zeer grote en zware rassen zijn af te raden)
  • de hond heeft nodig : platte halsband met gesp of kliksysteem, snoepjes en speeltje
  • baasje heeft nodig : schoenen met goede grip ( dus geen gladde zolen)

Ingangsproef:

Er worden geen oefeningen uit het gehoorzaamheidsprogramma gevraagd, maar wel:

  • is de hond sociaal: hij bijt de mensen en honden rondom hem niet
  • heeft de baas genoeg controle over de hond : het baasje kan de hond zonder leiband bij hem/haar houden ook al staan er andere geleiders met hun hond op het veld
  • is er een goede relatie tussen de hond en het baasje: de hond heeft meer aandacht voor het baasje dan voor de omgeving en wil graag voor hem/haar iets doen.
  • Hij kent het bevel zit en hij komt als je hem roept

Agility

Wat is Agility ?

Bij Agility moet de geleider zijn hond leiden naar hindernissen die in een bepaalde volgorde staan opgesteld.

Weetjes voor kandidaten in behendigheidsport of agility.

De behendigheidsport is voor veel honden en hun baas een fantastische vrijetijdsbesteding.
Tijdens de behendigheidtraining wordt de band tussen hond en baas steeds sterker.
De hond kan in deze sport zijn energie en behoefte aan beweging kwijt. De behendigheidsport is een echte teamsport en alleen bij een goede verstandhouding tussen de hond en geleider zullen er goede resultaten worden behaald.

Bij behendigheid gaat het erom dat de hond een parcours van ongeveer twintig hindernissen in een voorgeschreven volgorde foutloos en zo snel mogelijk aflegt. De geleider mag de hond tijdens het lopen van het parcours met de stem en door gebaren aanwijzingen geven.
Hij mag de hond of de hindernis echter niet aanraken. De hond moet dus heel goed leren om op gesproken aanwijzingen en op lichaamssignalen snel en op de juiste manier te reageren.

Voor de training van behendigheid moet de hond eerst volledig zijn uitgegroeid. Dat betekent voor kleine honden een minimumleeftijd van ongeveer twaalf maanden, terwijl een grotere hond toch wel vijftien maanden oud moet zijn. Sprongen mogen in ieder geval pas op latere leeftijd worden getraind, omdat pas dan het skelet en spierstelsel van de hond voldoende is ontwikkeld. De behendigheidsport is voor vrijwel alle honden geschikt. Alleen zeer zware hondenrassen, zoals de Sint-bernard, de Wolfshond of zeer zware dogachtigen, kunnen deze sport beter mijden.

Tijdens de behendigheidtraining leert de hond de toestellen kennen en went hij aan het lopen van een behendigheidparcours. Ook de begeleider is in training. De training is erop gericht de vaardigheden van de hond en zijn begeleider te vergroten en de samenwerking tussen deze twee steeds verder te verfijnen.

Bij de training moet u proberen u in de gedachten van de hond te verplaatsen. Wat zou hem bang kunnen maken, hoe kun je juist deze hond het beste stimuleren? Al deze zaken zijn per hond verschillend en u moet daarin zelf beslissen door goed op uw hond te letten. Ook de eigen lichaamstaal is belangrijk. Probeer door uw lichaamshouding de hond de juiste signalen te geven. Enthousiasme en inzet van de hond zijn een absolute voorwaarde. Maar deze zaken zijn niet af te dwingen, alleen te stimuleren.
Een positieve training zonder druk zal de beste resultaten geven.

Beginnerscursus

De beginnerscursus is er vooral op gericht de hond de toestellen aan te leren. Veel jonge honden zijn mentaal nog wat onevenwichtig en hun coördinatievermogen is nog niet perfect. Zelf bent u als begeleider ook nog onervaren en daardoor soms onhandig. Geef uw hond de kans om over zijn angst voor het vreemde heen te komen. Laat hem op eigen tempo werken.

Gevorderdencursus

In de gevorderdencursus verschuift het accent van hond naar baas. De meeste begeleiders moeten een heleboel warrige, overdadige en vaak tegenstrijdige bewegingen en commando’s afleren.
De begeleider zal nu ontdekken hoe goed zijn hond al op hem let.
De begeleider moet ervoor zorgen dat hij zijn aanwijzingen op tijd geeft, voordat de hond zich gaat afvragen wat de volgende hindernis zou kunnen zijn. U bent te laat als u pas een aanwijzing geeft als de hond zich onzeker toont over de te nemen hindernis.

Recreantengroep

In de recreantengroep (= wedstrijdniveau) en in de wedstrijdgroepen zelf worden de trainingsfiguren lastiger. Aan het contact tussen hond en begeleider en aan de timing worden hogere eisen gesteld.
Op dit niveau is elke fout van de hond vooral een fout van de begeleider.

Nog enkele belangrijke tips vooraleer u begint:

  • Gebruik voor elk toestel een vaste naam
  • Laat een hond nooit van een raakvlaktoestel (brug, wip, schutting) springen. Mocht de hond per ongeluk op het toestel terechtkomen; maak dan de oefening af en laat hem niet springen
  • Beloon bij een raakvlaktoestel nooit met een bal (de hond kan daardoor raakvlakken missen), maar met lekkernij
  • Probeer geen toestellen aan te leren zonder eerst deskundige uitleg en hulp van uw instructeur. Het is van groot belang dat de honden de toestellen op een veilige manier aanleren. Als de hond zich bezeert of erg schrikt dan kan blijvende weigering het gevolg zijn
  • Als de hond moeite heeft met een bepaalde hindernis, blijf daar dan niet op oefenen tot de hond en baas moe en geïrriteerd zijn. Breng afwisseling in de training, door eerst bezig te gaan op een andere hindernis

Praktische tips voor Agility:

Benodigdheden:

  • gemotiveerde geleiders
  • enthousiaste honden die in goede fysieke conditie verkeren
  • veilige toestellen
  • goed schoeisel voor de geleider (tegen uitschuivers), rekening houdend met de veiligheid van de hond
  • speeltjes en voedsel voor de honden om de motivatie te stimuleren
  • een lichte leiband met platte halsband (geen slipketting):
    • in belang van de veiligheid
    • om negatieve prikkels te vermijden

Basisregels:

  • beloningen op gepaste momenten
  • nooit de honden straffen bij het aanleren van de toestellen, alleen positieve prikkels geven
  • nooit op eigen houtje toestellen nemen:
    • instructeur kan de fouten niet opmerken
    • u kan het toestel verkeerd aanleren
    • u kan de veigheid van de hond in gevaar brengen, een hond die zich bezeerd zal het toestel niet meer willen nemen
  • hond altijd in het oog houden en controle hebben :
    • hond neemt toestel zonder bevel of kiest zijn eigen toestel = diskwalificatie of DK
    • indien het toch gebeurt, toestel afwerken en niet laten afspringen, om weigeringen en fouten niet aan te leren

Lestijden agility:

Elke dinsdag om 19u15

 

  • 19u15 - 19u45:
    parcoursopbouw door alle deelnemers
  • 19u45 - 20u45: training
  • 20u45 - 21u00:
    opruim door alle deelnemers
Agility